woensdag 27 november 2019

Marokko, november 2019



Na Willy’s Treffen in Enkirch en leuke staplekken langs de Moezel in Duitsland (de Moeselwijnen vallen erg tegen),  bezoek aan het Musee de Solutree in Solutre Pouilly in Frankrijk en veel mooie staplekken in het noorden van Spanje en bij albufeira’s (stuwmeren) in Portugal, maken we op 22 oktober de oversteek van Algeciras naar de Spaanse enclave Ceuta in het noorden van Marokko. We betalen dit keer 180 euro voor een open retourticket voor de truck en ons 2en. De invoerprocedure voor de truck is een stuk gemakkelijker en sneller geworden: bij loket 1 laten we onze paspoorten stempelen en bij loket 2 worden paspoort bestuurder en kentekenbewijs van de truck in de computer ingevoerd. Hierna ontvangen wij een een klein wit papieren kaartje met de voertuig- en bestuurdergegevens. Bij verlaten van Marokko moet dit kaartje weer worden ingeleverd.
Het is erg rustig bij de grens en de douaniers vervelen zich blijkbaar zo erg dat zij het nodig vinden onze truck grondig te controleren en ons domme vragen te stellen zoals of we geld bij ons hebben of drank ;).
Het is slechts 17 graden en het begint hard te regenen en we rijden door naar camping Internationale, de enig overgebleven camping in Moulay Bousselham. De stroomaansluitpunten voor de walstroom zijn levensgevaarlijk, het sanitairgebouw is smerig en heeft geen verlichting en in plaats van toeristen lopen er veel kippen, katten en een paard over het campingterrein.
De volgende dag leggen we meer dan 700 km. af en rijden in 1 keer door tot onder Agadir. Op camping Takat in de buurt van Sidi Bibi doen we de was, vullen onze drinkwatertank en gaan uitgebreid douchen. De temperatuur is hier met 36 graden een stuk beter!
Van Agadir  rijden we via Guelmim, waar we veel eten voor onze woestijnritten inslaan bij de Marjane supermarkt, in een keer door naar El Ouatia (Tantan plage).  Alle 3 campings hier zijn leeg.
Na 3 nachten camping (met wifi om ‘’op de hoogte” te blijven) rijden we richting Es Smara en tanken onderweg diesel voor 8,3 dirham per liter (iets meer dan 80 eurocent).
Mike heeft thuis met behulp van Google Earth van mogelijk archeologisch interessante plekken, de waypoints genoteerd. Ons doel is de komende weken off road deze punten te (be)zoeken. Ca. 25 kilometer westelijk van Es Smara volgen we zuidelijk wielsporen van een nomaden landrover, gaan over een stukje zgn. Spaanse weg en nemen dan een vaag spoor langs een oued. Er zijn voornamelijk Aterian gebruiksvoorwerpen te vinden. Een andere dag rijden we het Sakia El Hamra gebied in noordelijke richting in. Als we tussen de middag op een heuvel staan, komen nomaden? ons waarschuwen dat de heuvels in dit gebied gevaarlijk zijn wat betreft nog niet ontplofte antitank mijnen. Als Mike zegt dat dat vast wel mee zal vallen, stapt de man uit en laat Mike een grote krater zien vlakbij onze truck waar enige tijd geleden een landrover op een mijn is gereden. Oei. We nemen een oude rallye Parijs Dakar piste die richting de asfaltweg Laayoune-Gueltat Zemmour gaat. Vergeleken met de vorige keer dat we deze reden is hij erg slecht geworden met veel wasbordribbels. De banden laten we af tot 4 bar waardoor het rijden een stuk comfortabeler wordt. We vinden onderweg 2 leuke prehistorische sites met gele vuursteen. Omdat het nog steeds niet geregend heeft zijn we de enige mensen in het gebied.  De nomaden met hun kuddes wachten met smart op veel neerslag. We steken de asfaltweg over en vervolgen de rpd1. De eerste 100 km prachtige gladde zandbanen waar we hard over heen kunnen rijden. We proberen piste F1 van Gandini te rijden maar na ca 10 kilometer kunnen we geen enkel spoor meer vinden. We maken een omweg naar een waterput en vragen aan een paar nomaden hoe we naar Boujdour moeten rijden.  We houden een westelijke koers aan over vlaktes zonder sporen of tekenen van mensen. Zandduinen (barkhanes) van la Zamlat Sawiya versperren de route maar daar kunnen we gelukkig  omheen rijden. Op een kruising van diverse pistes nemen we opnieuw een oude rallye Parijs Dakar (rpd) piste dit keer noordelijk richting de sebkhas bij Boujdour. Af en toe mooie zandbanen en af en toe koraalrotsbodem. Bij sebkha Arhidal slaan we het aanbod van een  nomadenfamilie om hun kamelenmelk te drinken, vriendelijk af. De nomadenkindjes lopen op blote voeten en we geven hun wat schoenen en kinderkleding. Het is mogelijk om de zanderige sebkha met de truck in te rijden maar wij beperken ons tot een afdaling te voet. Het is erg moeilijk om een goede route naar de volgende sebkha, sebkha Arryd, te vinden. We moeten door veel poederzand (fechfech) rijden. In de sebkha wordt zout gewonnen. We rijden een stukje om sebkha Arryd heen en nemen dan een pad zuidwest/west dat naar een asfaltweg richting Boujdour gaat. Omdat er weer eens kleding en beddengoed moet worden gewassen, rijden we naar camping Ocean Line in Boujdour.  Een stroomdraad voor de ingang van de camping hangt zo laag, dat deze met een bezem in de hand omhoog moet worden gehouden, anders passen we er niet onderdoor met de truck. Het is groot feest in Boujdour ivm de herdenking van de toe-eigening van de Sahara door Marokko in 1974. De koning komt langs en er zijn kamelen- en paardenrace wedstrijden. Ietsje na twaalf uur snachts is er een groot vuurwerk. De volgende dag waait het zo hard dat de feesttent waar de avond daarvoor nog  muziek uitkwam, aan flarden waait. De sfeer onder de mensen in Boujdour is de dag na het feest weer tot het nulpunt gedaald en daarom hebben niet de indruk dat het ook maar iemand boeit. Een dag later waait er een heuse zandstorm en blijven we noodgedwongen op de camping staan.
We rijden via een geweldig goede asfaltweg naar het vissersdorpje Lakraa. We zijn de enige reizigers hier. Door de harde wind kunnen de vissers niet uitvaren met hun houten bootjes en lopen wat doelloos rond. Een van de vissers heeft veel oorpijn en vraagt of wij oordruppels hebben. Die hebben we wel en in ruil daarvoor wil hij ons een heel grote krab geven. We slaan dit vriendelijk af want we hebben geen idee hoe we zo’n groot beest in ons pannetje moeten krijgen.
Vanaf de asfaltweg richting Dakhla nemen we een piste die naar de reliĆ«fs van L’Agargar gaat. Bij bepaalde rotsformaties vinden we zeer dikke eierschilfragmenten die best wel eens van een uitgestorven oervogel kunnen zijn. Het gebied is zeer lang geleden zeebodem geweest en we vinden veel fossiele schelpjes en stukken koraal.
We rijden weer terug naar de asfaltweg en onder Dakhla nemen we een afslag naar sebkha Imlili. Hier zijn ondergronds met elkaar verbonden poeltjes waar tilapia vissen in leven. We overnachten bij een waterput en Marokkaanse gidsen die ons al eerder hebben gezien in het L’Agargar gebied vinden het fantastisch dat ze ons nu hier aantreffen. Ze hebben bewondering voor ons dat wij op plekken in de woestijn komen waar bijna geen toeristen/reizigers heen gaan. Van de sebkha rijden we via vage sporen oostwaarts richting Aousserd.  Moeten door een zogenaamde “wall” van 1985 waar geen militaire controle blijkt te zijn. Voor de wall is een gebied nog niet ontmijnd en wordt er gewaarschuwd op de sporen te blijven. We zien een totaal verwrongen wielvelg en andere stukken auto liggen. Na ca. 33 km. moeten we in de buurt van prehistorische sites met tumulussen (tumuli) een erg zanderige oued oversteken om opnieuw op de rpd1 te komen. Met middensper en zonder onze banden af te laten, komen we er doorheen. Bij onze overnachtingsplek bij een oued met acaciaboom en enkele bosjes vinden we leuke neolithische pijlpunten, maar ook oude aterian bijltjes. Hierna rijden we naar een gebied met rode vuursteen dat ca. 500 meter bij 1,5 km. groot is. Op 18 november is het hier in de woestijn 28 graden en staat er relatief weinig wind. Sommige dagen is het mistig als we opstaan en hangen overal dauwdruppels aan de truck. Goed voor de planten en dieren die in de woestijn leven.
Op 23 november op weg naar Dakhla hebben we zelfs een uurtje motregen. Helaas veel te weinig neerslag voor de nomaden. Camping Moussafir in Dakhla bestaat niet meer en de nieuwe camping die in Taourta, vlak voor Dakhla, zou moeten zijn, kunnen we niet vinden. We doen inkopen in Dakhla (ze hebben er zelfs hondenbrokken) en rijden naar Trouk (PK25) waar we hebben afgesproken met Pier en Jacquelien. Zolang wij al in Marokko komen, vatten wij deze plek niet: er is geen water, geen elektriciteit, geen riolering, je kan er niet leuk wandelen of de hond uitlaten, je ruikt de uitlaatgassen van de nabij gelegen weg etc. Mike en ik staan 1 nachtje samen in Ain Bida en met de groep, inclusief de Oostenrijkers Manfred en Eveline staan we nog 1 nachtje in Lamhiriz (Cap Barbas) aan zee.
Op 28 november rijden we met zijn allen naar Mauretanie. 

Foto's volgen..................

donderdag 24 januari 2019

Marokko, januari 2019


Van Boujdour rijden we naar Laayoune. Laayoune is in de loop van de jaren uitgegroeid tot grootste stad in de West-Sahara. Er is nu zelfs een Mc Donalds. De hele dag is het zwaar bewolkt en dan ziet alles er een stuk onvriendelijker uit. De volgende dag parkeren we de truck bij oued Aasli, waar we een Acheulean vuistbijl vinden maar ook een modern (niet?) ontploft oorlogsprojectiel.


Een nomade vindt het prachtig dat we hier staan en als dank voor het flesje fanta met 14 E-nummers dat wij hem geven, krijgen we van hem mandarijntjes. We tanken diesel bij in Es Smara en zien dat de camping vlak buiten Es Smara ook weer geopend is. Ca 22 km noordelijk van Es Smara slaan we af naar het oosten richting Hawza en Jdiriya. Goede asfaltweg, kaal heuvelachtig landschap met links van ons een bergrug. Af en toe walls en 1 militaire post waar we niet gecontroleerd worden. Geen voorzieningen onderweg. Kamelen en schapenkuddes. 


Het laatste stukje naar Jdiriya gaat door de bergen en bij Jdiriya stopt het asfalt. Op de mapout app en op de reise knowhow wegenkaart staat vermeld dat het asfalt doorloopt tot aan Al Mahbass en Zag, maar dat is dus niet correct. Vanaf Jdiriya nemen we een piste die noord/noordoost gaat. Prachtig landschap dat lijkt op sommige gebieden in Mauritanie. 


In de gehuchten die we passeren, draaien de bewoners en herders hun rug naar ons toe. Ze willen niks van ons weten en de reden daarvan weten we niet. De bandenspanning moet weer wat omlaag omdat we een paar zanderige rivierbeddingen moeten oversteken. De militairen in de 2 militaire posten die we onderweg tegenkomen, schenken ook geen aandacht aan ons. De piste die we volgen komt uit op een oude Parijs Dakar rallye piste die naar Labouirat/El Bouirat gaat. Het gebied Saguia el Hamra gaat over in het gebied Guelmim Oued Noun. 


In Labouirat begint de nieuwe asfaltweg van 80 km. die uitkomt op de weg Assa/Zag. Labouirat stelt weinig voor; je vindt er wat huizen, een winkel en opnieuw een militaire post. Bij deze militaire post doen ze wat argwanend tegen ons en willen ze een fiche hebben. Landschappelijk is de route van Labouirat naar de weg Assa/Zag minder aantrekkelijk. Kaal landschap met af en toe een acaciaboom.
We overnachten 2 nachten op een mooie plek tussen de bergen tussen Assa en Fask. Veel sporen van prehistorische bewoning. 


Na boodschappen bij de Marjane in Guelmim te hebben gedaan, rijden we naar camping La Vallee in Abaynou. Deze staat propvol en daarom rijden we door naar Plage Blanche. Het gebied van Guelmim naar Plage Blanche wordt steeds meer gebruikt voor de verbouw van cactussen. Langs de lagune is nu een uitkijktoren geplaatst om vogels te spotten. Aan het einde van de middag worden we weggestuurd door een militair omdat het verboden blijkt hier nog te overnachten. We overnachten ergens in het cactusgebied. De volgende dag rijden we naar de oase van Tighmert en overnachten een aantal nachten bij Hassan en Samira op de camping. Hier ontmoeten we Raimund en Andrea uit Oostenrijk met hun Steyr en Sacha en Verena met hun MAN LE14.280. Heel gezellig om weer eens bij te kletsen met andere reizigers. 


Het is prachtig weer en we rusten heerlijk uit. Mike en ik worden uitgenodigd om couscous te eten bij Samira en dit is net als de vorige keer een onvergetelijke belevenis, waarbij Samira vlees dat van de schaal couscous op de grond valt, weer teruglegt op de schaal, de kinderen hun bordjes couscous uit hun handen laten vallen op de zondagse bank en het nette vloerkleed en het met hun blote voeten nog even aanstampen en kleine Mohammed afgekloven botjes terug stopt in de schaal couscous. Bij de couscous wordt melk gedronken waar met de keukenmachine iets zoals een kaasje van la vache qui rit doorheen is gemixt. Mike kan het eten niet naar binnen krijgen en op het moment dat de hele familie naar buiten loopt omdat een campinggast geen stroom heeft, geeft hij snel zijn vlees aan Tosh en gooit de couscous terug in de grote opdienschaal.
Ondanks dat ik een grote slok sterke drank neem na de maaltijd, krijg ik de volgende dag een fikse keelontsteking die een paar dagen duurt. Zodra ik mij weer wat beter voel rijden we naar camping Takat in Takad onder Agadir. Ik doe inkopen op de soukh van Sidi Bibi waar je geweldig goed smakende en uitziende groenten en fruit maar ook gerookte geitenkoppen en magen en ingewanden kan kopen. Het is prachtig windstil en zonnig weer. ’s Nachts nachtvorst en overdag een graadje of 20.
Hier lieve Nederlanders ontmoet; Liesbeth en Wiebe uit Zaltbommel. 

In een opwelling van fanatieke bewegingsdrang maak ik 1 dag een fietstocht van 14 km. naar het strand van Sidi Toual en het dorpje Takat. 


Op 23 januari vertrekken we met regenachtig weer naar Noord Marokko en overnachten nog 2 nachtjes in Moulay Bousselham op camping Flamants Loisirs.
Op zondag 27 januari maken we de oversteek met de boot van Ceuta naar Algeciras in Spanje.

zaterdag 22 december 2018

Marokko, december 2018


In El Ouatia gooien we de watertank van de truck vol water voor Tosh, koffie, afwas, tandenpoets, groente spoelen etc. Geen wc-water en 1 keer per week korte douche en haren wassen, De dieseltanks 600 en 100 liter hebben we al flink gevuld in Guelmim en vullen we nog verder bij in de buurt van Es Smara. 3 Kilo kalkoen, 2 kilo vlees, 1 kilo gehakt en een pond vis. Voor ca. 14 dagen verse groenten en broden(in de vriezer). Verder blikken, pannekoekenmix, broodmeel, spaghetti etc. Ca 72 liter drinkwater. Eventueel drinkwater uit de grote watertanks.
We zullen eerst een piste van ca. 100 km. rijden in het Saguia El Hamra gebied boven Es Smara, dan een oude piste van de rally Parijs Dakar van ca. 570 km. met een aftakking naar het oosten richting Oum Dreyga van 40 km. Dan vanaf de weg Aousserd/Dakhla nog stuk van een andere oude rally Parijs Dakar piste van ca. 50 km.
Voor de verandering dit keer een kort verslag van dagen op de pistes.
Dag 1.
Tussen Abteh en Es Smara overnachten we in een zanderige rivierbedding met acacia’s en groene struiken. Erg stil en rustig. 22 Graden/harde wind.


Dag 2.
Geen diesel te krijgen bij de 5 benzinestations tussen Abteh en Es Smara. Gelukkig in Es Smara wel. Gendarmerie zeer vriendelijk bij de controles onderweg. Hoeven dit jaar niet eens een fiche. Nemen een piste naar Sidi Ahmed Laaroussi. Langs de piste nederzettingen van nomadententen. Bij bijna elke nomadentent ligt een waterzak op de grond en veel nomadenfamilies hebben een personenauto. Saguia El Hamra is een zeer brede oued/rivier met een enorm breed stroomgebied. Er zijn dit jaar veel dwarsgeulen ontstaan door de regen van de maanden september en oktober. Het rijdt zeer onaangenaam over de dwarsgeulen.  Als we een interessante overnachtingsplek hebben gevonden in de buurt van graftombes en tumulussen, komen nomaden om een sigaret vragen; andere nomaden hoeven alleen maar wat drinkwater en geven ons gratis calcietgeode’s ( holle stenen met mooie kristallen erin). Ook hebben ze een stuk meteoriet? en een versteende rugwervel van een dinosaurus? in de aanbieding. Archeologisch een interessant gebied met artefacten uit verschillende periodes. 24 Graden/weinig wind.



Dag 3.
We zitten even vast in een zanderige rivierbedding en dus tijd om de banden af te laten. De oued Saguia El Hamra verderop is net als de vorige keer toen we de route met Marcel en Yvon reden, onbegaanbaar. Er is geen enkel pad te vinden in de oued en er zijn alleen maar groene bosjes en harde zandbulten met bosjes erboven op. We nemen dus weer een route zuidwaarts richting de weg Es Smara/Laayoune. Vandaag geen mens of dier gezien. 26 Graden/weinig wind.


Dag 4.
De route is moeilijk te vinden en blijkt door een lange rivierbedding met poederzand te lopen. De banden moeten nog meer worden afgelaten. De piste gaat om een groot gebied heen waar de gravers naar calcietgeode’s gaten in de grond hebben gegraven. Het gebied is enorm uitgebreid vergeleken met de vorige keer dat wij hier reden en er is nu een geschoven piste aangelegd vanaf het graafgebied naar de asfaltweg Es Smara/Laayoune. Op onze overnachtingsplek krijgen we grote calcietgeode’s en fossiele koralen van een bolletjesgraver. Hij hoeft er niks voor te hebben. Later nodigt iemand ons uit in zijn khaima (tent) voor de thee en een nomadenechtpaar biedt ons kamelenmelk te drinken aan. Het gebeurt wel vaker dat nomaden even komen vragen of alles goed is en er geen problemen zijn. Ze hoeven meestal helemaal niks te hebben van ons. 27 Graden/stevige wind.


Dag 5.
We rijden naar de weg Es Smara/Laayoune en kopen bij een klein winkeltje nog wat broden en flessen drinkwater. We nemen een piste naar het zuiden maar deze is zo weinig bereden dat we maar weer omdraaien. Er is vast een reden dat de piste niet meer bereden wordt. We nemen verderop een zogenaamde Spaanse weg en komen dan op de oude rally Parijs Dakar piste. Er ligt een groene waas van grassprietjes/plantjes over de woestijn. We overnachten op een mooie plek met fossiele koralen.



Dag 6.
We blijven een dagje staan op de koralenplek en maken wandelingen. Enkele kilometers verderop zijn nomadententen en er loopt een grote kudde met schapen/geiten rond. ’s Avonds zien we een onverklaarbaar licht dat zich verplaatst in de lucht (UFO?). 26 Graden/weinig wind.
Dag 7.
’s Ochtends komt een nomade langs die lucht in zijn autoband wil hebben. We rijden naar Laghchiwat en zijn even bang dat de site met gravures is afgezet met een hekwerk. Het hekwerk blijkt voor een toekomstig reservaat met gazelles te zijn. De site van Laghchiwat wordt nu wel bewaakt door 2 bewakers en er is een gebouwtje gekomen met een aantal kamers waar toeristen kunnen overnachten. De gravures zijn alleen goed te fotograferen 2 uur na zonsopkomst en 2 uur voor zonsondergang. In dit jaargetijde betekent dat dat het beste gefotografeerd kan worden van kwart voor 5 tot kwart over 6 s’middags en van half 9 tot half 11 ’s ochtends. De gravures zijn vaag en van eenvoudige kwaliteit. 28 graden/weinig wind.








Dag 8.
’s Ochtends fotograferen we weer wat gravures en drinken voor we weggaan thee bij de bewakers van de site. We rijden over een nieuwe gravelroad naar de asfaltweg Laayoune/Gueltat Zemmour. Steken de asfaltweg over en vervolgen de rally piste. Mooie racevlaktes waar we zelfs op cruise control kunnen rijden. Nomade vraagt of we thee komen drinken in zijn tent. Andere nomade vraagt of we diesel nodig hebben. 28 Graden/matige wind. 
Dag 9.
Banden op 4,5 bar gezet. Eerst veel groene vlaktes met witte bloemen. Onderweg grote schaapskudde. Veel vlinders. Daarna worden vlaktes minder groen en wordt de route saaier met af en toe een acaciaboom. Later op de dag wordt de route stenig. Veel kamelen.Nomade die zelfs een woordje Engels spreekt, vraagt of we thee komen drinken in zijn tent.  25 Graden/veel wind. 


Dag 10.
We nemen een militaire piste (herkenbaar aan geschoven zandbulten met een autoband er boven op) naar het oosten richting Um Dreyga. Piste gaat van groene vlakte over op stenig plateau. Zeer weinig bereden. Als we het plateau afrijden willen we een Gandini piste rijden, maar deze blijkt dichtgegroeid met jonge acaciabomen en grote graspollen. Weinig berijdbare sporen. Zitten op een spoor dat doodloopt in een stenenvlakte en militairen komen vragen waar we vandaan komen en wat we hier doen etc. We moeten hen volgen naar een 6 km. verderop gelegen radiopost. Ze worden nogal boos op het moment dat ze het idee krijgen dat ik met mijn ipad foto’s zit te maken van hun post. Vanaf de radiopost waar wij helemaal worden nagetrokken, nemen we een brede erg kapotgereden militaire piste naar het westen en daarna een afslag naar het zuiden en komen weer op de rally Parijs Dakar piste. Onderweg zien we veel woestijnvaranen die snel hun hol inrennen als wij eraan komen. We overnachten 20 km. boven Gour Lawaafi bij  een mooi bergje met bovenop rotsblokken met gravures (o.a. Tifinagh).  Helaas voor Tosh ligt er veel cramcram (stekelplantjes) op de grond. 28 Graden/vrij harde wind.


Dag 11.
Blijven een dagje staan bij de gravures. Veel neolithische gebruiksvoorwerpen. Militairen denken dat we verdwaald zijn en op zoek naar asfalt. Ze waarschuwen ons op de piste te blijven en niet zomaar het spoor te verlaten i.v.m. verdwaalde landmijnen. Of het om antitankmijnen of personeelsmijnen gaat is niet te zeggen. Als ze horen dat we onze tocht in Es Smara zijn begonnen, kijken ze verbaasd, en vragen of we ook water of iets anders nodig hebben. Later op de dag komen ze terug om onze gegevens te noteren. Ze vinden het geen probleem dat we doorrijden naar Aousserd als we maar op de piste blijven. 30 Graden/harde wind.




Dag 12.
Na Gour Lawaafi wordt de piste niet veel beter. Smal, kapotgereden, met veel losse stenen. Veel mulle zandstukken. Bijna de hele rally Parijs Dakar piste wordt door militairen gebruikt en is dus kapotgereden. Jammer. Rijden langs militaire basis van Gleibat El Foula/Gart El Baggari. Telefoonontvangst Maroc Telecom werkt goed vanaf de lijn Bir Anzarane/Um Dreyga. 31 Graden/stevig wind uit NO.
Dag 13.
Beter stuk piste. Veel heuvels en oueds. Savanne achtig landschap. In het stroomgebied van oued Ermima zien we een pre-islamitische necropool met misschien wel 100 grafmonumenten. Rechtopstaande lange steenplaten en grafbulten met veel losse stenen erop. Ook tumulussen. Sommige lange steenplaten zijn omvergeworpen. Aan de kamelensporen er vlakbij te zien, schurken die zich lekker aan de stenen waardoor ze na verloop van tijd omvallen. 28 Graden/harde wind.


Dag 14.
Grote goed rijdbare vlakte van ca. 10 km. Op 35 km. afstand van het asfalt beginnen we weer nomadententen te zien. Laatste stuk piste is wasbord en veel mulle zandstukken. Er zullen in deze omgeving wel mijnen liggen want er wordt maar van 1 pad gebruik gemaakt. Bij de weg Aousserd/Dakhla pompen we de banden weer op en rijden 1 uur lang 80 km. om het pm katfilter van de truck (noodgedwongen) schoon te branden. Overnachten op archeologisch interessante plek. 29 Graden/stevige wind.
Dag 15. Rustdag. Broodbakmachine heeft het begeven en Webasto waterstation heeft moeite om het boilerwater te verwarmen. Na 3 uur branden is het water om te douchen nog niet op temperatuur. Kamelenkudde in de buurt. 27 Graden/weinig wind.
Dag 16.
Nemen piste naar het zuiden die doodloopt bij citerne (betonnen waterreservoir) en veel neolitische graven. Rijden stukje asfalt en nemen weer een oude rally Parijs Dakar piste. Aangenaam rijden over vlaktes. Archeologisch interessant gebied met mooie rode jaspis vuursteen. 26 Graden/harde wind.


Dag 17.
Rustdag. Maken wandelingen. Nomade die kriskras door het terrein rijdt in zijn 4x4 komt vragen of alles oke is. Zal hier dus wel meevallen met landmijnen.
Dag 18.
Rijden naar Dakhla. Ook het schiereiland van Dakhla hebben we nog nooit zo groen gezien. Kijken bij overwinteraarskamp Trouk, waar we heel snel weer wegrijden. Camping Moussafir in Dakhla lijkt niet meer te bestaan, hetgeen betekent dat we hier niet de was etc. kunnen doen. We doen inkopen op de soukh in Dakhla en rijden na water te hebben getankt bij een waterput bij het dorp El Argoub, naar het westelijk gelegen strand.
Dag 19.
Dagje El Argoub. Onderhoudsdag truck. Helpen nog wat Italianen die vast komen te zitten in het zand met hun huurauto. 23 Graden/harde wind.

De volgende dagen rijden we verder zuidwaarts en passeren de kreeftskeerkring. Zeer weinig verkeer onder Dakhla. Ook hier is de woestijn ongekend groen. We kijken bij Ain Bida, een baai vlakbij sebkha Maharyat en de baai van Portorico. Overal weinig toeristen.
Hierna rijden we weer noordwaarts en overnachten bij oued Lakraa. De weg van Dakhla naar oued Lakraa is verbreed en opnieuw geasfalteerd. Na oued Lakraa tot 100 km. onder Boujdour wordt nog gewerkt aan de weg. Veel omleidingen en langzaam rijden. Op camping Sahara Line in Boujdour kunnen we de was van bijna 4 weken doen. Drinkwater is aanwezig aan de noordkant van het sanitairgebouw. In Boujdour zijn (volgens ons) de beste stokbroden van Marokko te krijgen; en dat voor 1 dirham (nog geen 10 cent). In het nieuwe jaar rijden we weer richting Es Smara en zullen proberen zoveel mogelijk oostelijk te komen bij Haouza,  Jdriya en liefst nog verder.