vrijdag 27 november 2015

Marokko, november 2015



 
Van Dakhla rijden we verder zuidwaarts naar Portorico (Mike zegt onderweg tegen een politieagent dat we naar Costa Rica gaan).
Prachtige baai, waar kleine zandrozen en opnieuw veel sporen uit de prehistorie te vinden zijn. Het is een militaire zone waar je helaas alleen overdag mag staan.


Portorico



Circa 200 kilometer vanaf Dakhla staan we een aantal dagen bij een andere baai waar veel marginella schelpen te vinden zijn. Hier mogen we net zo lang staan als we willen. Wel worden we gewaarschuwd niet overal in het gebied rond te lopen i.v.m. landmijnen.

48 Kilometer voor Centre Bir Gandouz (Barbas) staan we op een mooie plek aan zee tussen de heuvels. De militairen zijn supervriendelijk en geven ons vis en vragen of we ook brood en water nodig hebben. Nadat we hier 2 dagen hebben gestaan, komen ze eigengebakken brood brengen. We mogen in dit gebied met de truck beslist niet buiten de pistes rijden i.v.m. landmijnen. Rondlopen is volgens de militairen geen probleem. Er loopt een mooie zandpiste vlak langs de zee die naar verschillende baaien leidt.
 
 
 
Het verderop gelegen vissersdorp Lamhiriz ligt volledig op de schop. Het ziet ernaar uit dat ze er een volwaardig dorp van gaan maken. We kunnen hier niet met onze truck staan.

De temperatuur in de Sahara is zeer aangenaam. Soms is het 28 graden en als het een uur of 1 ’s middags is, draait de wind naar het noorden en koelt het zo’n 4 graden af. Er staat een stevige wind maar er is weinig zand in de lucht. De schoonheid en het gevoel van vrijheid in de Sahara bevallen ons zo goed dat we besluiten hier langere tijd te blijven.

Via een klein stukje asfalt en verder rotsige piste rijden we naar Sebkha Imlili. We zetten de truck tussen de heuvels en vinden hier veel verroeste kogels en kogelhulzen. Als we de volgende dag verder rijden zien we graven en een oud militair kamp gemaakt van keien in de heuvels liggen. Het is duidelijk dat er in dit gebied oorlog is gevoerd. Onduidelijk is of we hier vrij kunnen rondrijden zonder op landmijnen te stuiten; we hebben de afgelopen dagen niemand gezien aan wie we dat kunnen vragen.
 
 
 
 

Vanaf Dakhla willen we dieper de woestijn in en naar Bir Anzarane rijden, wat ons helaas verboden wordt, omdat de koning over enkele dagen deze garnizoensstad komt bezoeken. We rijden door naar het vissersdorp Oued Lakraa, waar de toegangsweg gelukkig weer is gerepareerd. We staan hier een aantal dagen (1 dag met 36 graden en 1 dag met zandstorm en de ramen dicht).

Onder Boujdour helpen we wat Malinesen die een band van hun truck aan flarden hebben gereden en niet over de juiste sleutel beschikken om de wielbouten los te maken. Stukken band zitten muurvast om de wielnaaf heengewikkeld en we wachten urenlang tot de klus geklaard is. Ze zijn ons erg dankbaar en wij zijn blij dat we weer verder kunnen rijden. Onderweg komen we Jorina en Gerrit (www.togetherontour.nl) tegen die onderweg zijn naar Senegal. Grappig dat je bekenden zo ver weg in de Sahara tegenkomt.

We willen overnachten bij Plage Aouzialal vlak voor Boujdour, maar ook hier geldt de regel dat je er alleen overdag mag staan. We zetten de truck maar op de camping in Boujdour en doen nuttige dingen zoals inkopen en de was. Het water op de camping is veel te zout om als drinkwater te gebruiken.
We tanken goed drinkwater bij de eerste watertoren in het stadje. Er rijden trucks met watertanks af en aan en 1 van de trucks komt naast ons staan en pompt water in onze drinkwatertank.

Het valt op dat de koning ook in Laayoune op bezoek is geweest want voor het eerst in jaren is al het zwerfvuil langs de kant van de weg opgeruimd. Is het bezoek toch nog ergens goed voor.

Een stuk voor Tarfaya zetten we de truck vlakbij zee en als het bijna donker is worden we weer weggestuurd. Van de gendarmerie royale moeten we in het stadje gaan staan.

Van Julia en Adrian hebben we interessante waypoints gekregen in de buurt van Oued Ma Fatma. Ca. 1 kilometer vanaf de Oued rijden we de woestijn in en overnachten hier. Mike verkent met de quad de omgeving en constateert dat de piste waar we opzitten, doodloopt. Onderweg vindt hij een oude napjessteen. Archeologen weten niet waar de steen precies voor is gebruikt; misschien werd hij gebruikt bij ceremonieen, of om medicijnen, kruiden of kleurstoffen te malen. Vorig jaar vond hij er al een in Fint. Weer veel sporen uit de prehistorie en oude graven.
 
 
De volgende dag zien we dat we via een erg steile helling een plateau op moeten rijden. Dit lukt wel en boven op het plateau heb je een prachtig uitzicht over de oued, de zee en de heuvels maar hierna komt een erg steile afdaling met veel uitgespoelde losse scherpe stenen. Er bestaat een kans dat we via ditzelfde pad ook weer omhoog moeten en Mike is bang dat de stenen onder de truck wegrollen als we weer omhoog rijden. We besluiten deze afdaling niet te maken en rijden door naar Oued Chbika. De piste die door de oued loopt is vanwege de hoge waterstand in de oued afgezet met grote rotsblokken.
 
Oued Chbika
 
We rijden weer een stukje terug en nemen een route die op iets meer afstand van de oued loopt richting Abatteh. Van Abatteh rijden we na een overnachting  in de woestijn noordwaarts richting Tantan.
We rusten een aantal dagen uit in El Ouatia op camping Atlantique, waar we al die dagen de enige reizigers zijn. Zouden de recente aanslagen in Parijs zoveel invloed hebben op het reisgedrag van de Fransen? Het is te merken dat het seizoen richting winter gaat,- want zowel de dag- als de nachttemperaturen zijn aanzienlijk lager dan een week geleden.

Vanuit het dorp nemen we een piste langs de kust die naar Foum el oued Draa gaat. Helaas is de piste na enkele kilometers rijden, afgezet, en we kunnen op geen enkele manier verder rijden. We rijden weer terug naar El Ouatia en nemen een stukje buiten het dorp een gravelroad (soms wasbord en soms zandduintjes) naar de oued Draa. Volgens onze kaart kan je als je bij de oued bent erdoor heenrijden naar de overkant. Ook dit blijkt onmogelijk te zijn. We overnachten op een plateau met prachtig uitzicht op de Draa die de zee instroomt. Het plateau ligt bezaaid met gebruiksvoorwerpen uit de prehistorie. We rijden richting Tantan en zien nergens een pad dat door de oued leidt.

Omdat het hard waait en er veel zand in de lucht is, rijden we verder naar de in oued Draa gelegen Ksar Tafnidilt om hier te “schuilen”. Volgens Duitsers die we de afgelopen jaren hebben ontmoet, moet dit een geweldige plek zijn om te overnachten. Wij zijn van mening dat deze 4x4 relais mensen met een truck of camper weinig te bieden hebben; geen walstroom, drinkwater of wifi. De omgeving is wel prachtig. Helaas zijn we door de storm ergens ons nummerbord kwijtgeraakt en daarom rijden de hele route terug naar El Ouatia om hem te vinden. In El Ouatia loopt een man met zijn hond slangen te zoeken in de duinen langs de zee. De hond blaft zodra deze een slang heeft gevonden. De slangen; een cobra levert 200 euro op; worden naar Tantan of Guelmim gebracht. Mike krijgt een slangenhuid van ca. 1,50 meter lang. Behalve cobra's zitten er ook hoornadders in het duinengebied.

3 opmerkingen:

Tom zei

Wat mooi zeg om zo jullie rit te mogen volgen! Hoop meer ervan te mogen zien.

Astrid Voogt zei

Het is een waar genot om jullie reis te volgen, wij hopen in januari jullie voet.....eh...wielsporen te treden.

Rose van der Wal zei

Wat een geduld om jullie visum te verlengen! Fijn om jullie reis zo te volgen!