woensdag 30 september 2015

Spanje/Marokko, september 2015


Spanje/Marokko, september 2015

 

 

Voordat we richting Spanje vertrekken, gaan we eerst van 2 t/m 6 september naar Willys Treffen in Bad Kreuznach in Duitsland. Zoals gewoonlijk is het een gezellig 4x4 treffen, waar we naast onze Nederlandse reiskennissen ook veel buitenlandse reizigers zien die we de laatste jaren in Marokko hebben leren kennen. Vanuit Bad Kreuznach rijden we via de route du soleil Spanje binnen. We overnachten in Monars (hier worden we na 1 dag weggestuurd door de politie), Burriana (aan het eind van de boulevard) en een paar dagen in Canada de Gallego. Omdat het hier een week geleden veel geregend heeft, is het pad naar Playa les Perchelles veranderd in een modderbak. ’s Ochtends moeten we eerst een auto met Spanjaarden lostrekken uit de modder en aan het eind van de middag staat een wanhopig Frans stel met 100 euro in de hand te wapperen bij onze truck. Ze hebben zichzelf vastgereden op het strand en vragen of Mike hun eruit komen trekken. Door een stuurfout komt onze truck vast te zitten in een zachte walkant bij een slootje en de Fransen moeten helaas nu eerst ons helpen met uitgraven van de banden. Rijplaten neergelegd, banden afgelaten en er weer uitgereden. Hierna met de sleepkabel de Fransen van het strand afgetrokken.

 

De volgende overnachtingsplekken zijn in de buurt van San Juan de los Terreros (mooie baai), Roquetas de Mar (vreselijk toeristisch, 1 keer en niet weer) en een stukje buiten Tarifa. In Tarifa waait het zo hard dat je gezandstraald wordt bij de zee. De temperatuur is hier net als de afgelopen dagen wel prima; zo’n 28 graden. Op 21 september is de wind eindelijk gaan liggen en vertrekken we vanaf Algeciras naar Ceuta in Marokko. In Algeciras mogen we nergens in de buurt van de haven onze truck parkeren om een ticket te kopen. Na veel rondjes rijden, parkeren we de truck uiteindelijk op een parkeerterrein voor vrachtwagens, dat een eind van de ticketverkooploketten ligt. Een retourticket (1 jaar geldig) kost dit keer 232,00 euro.

De truck achteruit de boot opgereden en het Spaanse bootpersoneel zit alleen maar tegen Mike te schreeuwen en te gebaren hoe hij de truck vlak tegen stalen balken aan moet rijden. Mike wordt hier niet goed van. Dan moeten we snel de truck verlaten omdat een andere vrachtwagen met enkele centimeters tussenruimte naast de onze moet staan en kunnen we Tosh niet meer meenemen naar het bovendek. Hij moet nu alleen een uur voor in de vrachtwagen blijven, wat hij niet gewend is. Als we zijn aangekomen in Ceuta en weer in onze truck gaan, zien we dat Tosh zich helemaal uit zijn tuigje heeft gewurmd en dat hij in paniek uit het raam heeft gehangen en alles voorin de cabine heeft natgekwijld. Gelukkig is hij niet door het openstaande raam gesprongen en op zoek gegaan naar ons.

De grensformaliteiten verlopen snel en soepel. Het scheelt een boel invulwerk van papieren als je in Nederland al de invoerpapieren voor de truck en quad klaarmaakt. Dit kan via de site van de douane van Marokko. Het invoerpapier heet een D-16ter.

Op de camping in Martil, waar het 34 graden is, doen we de was en vullen onze drinkwatertank weer bij. Ook doen we inkopen in het dorp en wisselen geld; voor 1 euro krijgen we 10.60 dirham.

Op 24 september rijden we naar een klein meertje iets ten zuidoosten van Ouezzane. Het is vandaag een feestdag in Marokko; slachtdag. Elke familie slacht vandaag 1 of meerdere schapen, afhankelijk van de grootte van de familie. De rest van de week gaan ze alleen maar schaap eten. Onderweg zien we bij de huizen de gevilde schapen aan de bomen hangen. Ook zijn er mensen die hun schaap in de plaatselijke autowasserette slachten. De economie ligt vandaag plat en er is ook bijna geen verkeer op de weg.

 

In Fes kopen we een Jawal sim-kaart van Maroc Telecom zodat we voor een gunstig tarief kunnen bellen en internetten(0,60 per minuut bellen naar Nederland). De simkaart is een jaar geldig en je kan overal opwaardeerkaartjes kopen. De camping in Fes, Le Diamant Vert, is (permanent?) gesloten.

In de buurt van Taza bewonderen we het Tazekka National Park. Prachtig groen natuurgebied met kloven, grotten en rotsen begroeid met kurkeiken en naaldbomen. Onderweg vinden we stukken versteend hout. Als we de truck op 1400 meter hoogte parkeren voor de overnachting gaat het even flink te spoelen.

 

Via Guercif rijden we richting Missour. Een stukje ten zuiden van Oulad Oulet El Haj parkeren we de truck bij een mooie rivierbedding met mini waterval. Het is vandaag erg warm en we kunnen onszelf heerlijk afkoelen in de kleine met regenwater gevulde poelen tussen de rotsen. Er zijn op deze plek neolitische speerpunten en andere stenen gebruiksvoorwerpen te vinden.

 
 
 

De volgende dag staan we een stuk ten zuiden van Missour weer bij een rivierbedding en zien opnieuw speerpunten en stenen gebruiksvoorwerpen. ’s Avonds begint het te spoelen en te onweren.

We rijden via Midelt en Errachidia door naar Meski waar we 1 nacht op de vieste camping van Marokko staan; La Source Bleue. We zijn hier de enige reizigers en toch zijn de wc’s zo vies dat zelfs de Marokkanen er niet meer heen durven te gaan.

Via een wasbordpiste rijden we van Erfoud naar Erg Chebbi. Omdat het de afgelopen dagen veel geregend heeft, zijn de lage vlaktes voor de hoge zandduinen op sommige plekken gevaarlijk drassig. Tussen de zandduinen zijn veel neolitische/mesolitische microlieten te vinden.

vrijdag 20 maart 2015

Marokko/Spanje, maart 2015



Op weg van Zagora naar Ouarzazate stoppen we ca. 24 km. voor Ouarzazate bij een veld met stromatolieten. Stromatolieten zijn een van de oudste fossielensoorten. Ze worden gevormd door cyanobacteriën en zijn 1 tot 3,5 miljard oud. We nemen 2 losliggende stukken mee.

Stromatolieten
 
 
 

We kijken weer even in Fint, waar de natuur zich gelukkig weer aan het herstellen is; er zijn al meer kikkers, schildpadden en vissen. We hebben voor Aziz, die in een dorpje in de oase woont, een tent meegenomen zodat hij met toeristen lange trektochten kan maken. Hij is wel blij met de tent, maar hij heeft nu eigenlijk ook nog 2 of 3 slaapzakken nodig! Omdat veel tuintjes zijn weggespoeld, eet zijn familie op dit moment alleen maar dadels en daarom geven we hem ook nog wat dirhams om eten te kopen.

Schoenmaker in Fint
 
 
Van Ouarzazate rijden we via Ait Ben Haddou naar de in de Hoge Atlas gelegen kasbah’s van Animiter en Telouet. Onderweg zien we ook nog de Telouet zoutmijn. Volgens ons Marokko handboek moet vooral de kasbah van Telouet spectaculair zijn; wij zien niets meer dan bulten “gesmolten” klei.
We parkeren de truck op een leuke plek op 1730 meter hoogte, waar we nog wat mooie stukjes mineraal vinden.

’s Avonds om een uur of 7 klopt de gendarmerie royal op de deur om te zeggen dat het voor onze veiligheid beter is om de truck een stuk verderop neer te zetten bij een auberge waar licht brandt. We voelen ons niet onveilig en blijven daarom op deze plek staan. Wel noteert de gendarmerie onze namen en paspoortnummers en geven zij hun telefoonnummer voor het geval er iets mocht gebeuren.

De Tizi n Tichka pas is zoals altijd erg kronkelig en door de vele regen van de afgelopen maanden zit de weg vol kuilen en verzakkingen. Via Larache en Tetouan komen we uit bij camping Al Boustane in Martil, waar we goed drinkwater kunnen tanken voor onze terugreis door Europa.

Op 9 maart gaan we bij de Spaanse enclave Ceuta de grens over. Na de paspoortcontrole wordt de truck gecontroleerd en plukt de Marokkaanse douane een Marokkaan onder ons chassis weg, die daar kennelijk onder is gekropen toen we met de truck in de rij stonden te wachten voor stempels in ons paspoort. Mike is zo boos dat hij de Marokkaan een trap in zijn buik geeft. Het verbaast ons, dat terwijl er allemaal auto’s om ons heen stonden,  niemand ons even heeft gewaarschuwd dat er iemand onder onze truck kroop. De grensformaliteiten verlopen verder soepel.
Om 11 uur staan we bij de haven en blijkt dat de eerstvolgende boot naar Algeciras pas om 14.45 vertrekt. Ook nu zijn er weer Marokkanen die sneaky rondlopen en kijken of ze onder onze truck of met een andere camper kunnen “meereizen”. Na de ervaring van vanochtend houden we het goed in de gaten.

We staan enkele dagen in Tarifa aan zee, waar het prachtig weer is. Er zijn veel kitesurfers. De guardia civil rijdt meerdere keren per dag langs en alhoewel hier een kampeerverbod geldt, wordt niemand ’s avonds weggestuurd.
Als het weer slechter wordt rijden we vanaf Malaga via de N340a een mooie route vlak langs de kust. Prachtige uitkijkpunten over de Middellandse zee en het is hier niet volgebouwd met flats en appartementencomplexen.

La Herradura


In het natuurgebied Cabo de Gata in de buurt van Almeria staan we in Aqua Amarga aan zee. De ouders van Mike kwamen hier meer dan dertig jaar geleden met hun camper “overwinteren”. Aqua Amarga is een leuk dorpje gelegen aan een baai, waar een gemoedelijke sfeer heerst.

Aqua Amarga


Bij Canada de Gallego wachten we op zonnig weer maar dat wil maar niet komen. Als het ook nog begint te regenen, rijden we verder door naar het noorden. Na 1 nacht in de buurt van Tarragona (Monars) aan zee te hebben gestaan (met max. 14 graden) rijden we via de route du soleil weer naar Nederland.

woensdag 25 februari 2015

Marokko, februari 2015


Bij de MAN garage in Casablanca halen ze de as uitelkaar en blijken we niet de goede onderdelen te hebben gekregen in Agadir. We moeten opnieuw wachten op andere onderdelen. De as wordt weer inelkaar gezet en we laten meteen alle olie en filters van de truck vervangen. Het arbeidsloon van de garage is slechts 18 euro per uur. We wachten op camping l’Ocean Blue in Al Mansouria tot de onderdelen binnen zijn. De camping is netjes onderhouden en aan zee gelegen. Rondom de camping worden lage flats gebouwd en daarom de hele dag bouwgeluiden. Het strand ligt vol kapotte bierflesjes en we kunnen moeilijk begrijpen dat dit in de zomer een geliefde plek is bij de inwoners van Casablanca. Omdat we nog een aardige voorraad eten bij ons hebben, is het niet erg dat er geen winkels in de buurt van de camping zijn. Helaas begeeft ons Webasto waterstation het, net nu het hier veel dagen koud en regenachtig is.

Na 11 dagen wachten krijgen we een sms-je dat over 3 dagen een nieuwe wielnaaf voor ons klaarligt bij de garage. Het is niet mogelijk om alleen de oliekeerringen te vervangen en een nieuwe wielnaaf kost 2000 euro. Dat het allemaal zo lang duurt, ligt niet aan de DHL, maar aan de Marokkaanse douane.
Bij de garage aangekomen, blijkt de wielnaaf nog steeds bij de douane te liggen en omdat het vrijdag de 13e is moeten we 7 uren bij de garage wachten tot de douane het onderdeel vrijgeeft.

Blij dat we eindelijk weer kunnen rijden, tuffen we de volgende dag via Kouribgha en Kasba Tadla richting Imilchil in de Hoge Atlas. Volgens weeronline.nl moet het hier lekker weer zijn (graad of 18), maar op sommige plaatsen ligt nog sneeuw langs de weg, hebben we nachtvorst en is het overdag amper 8 graden. We maken dankbaar gebruik van het kleine elektrische kacheltje dat we 2 dagen geleden voor noodgevallen hebben gekocht. De Hoge Atlas is prachtig met snelstromende beken en besneeuwde bergtoppen, maar vanwege de kou willen we hier niet te lang blijven. Via de Todra vallei komen we uit bij Tineghir.
 
Hoge Atlas
 
 
 
In de buurt van Tineghir is het 22 graden en de lucht is stralend blauw. Helaas is de weersverwachting voor de komende dagen zo slecht, dat we besluiten op een camping te gaan schuilen. De volgende dag stormt het en zit de lucht vol zand. De dag daarop is het slechts 3,5 graad en sneeuwt (met zand) het urenlang.  Volgens de campingbaas heeft het hier sinds 2006 niet meer gesneeuwd.
 
 
 
Na de sneeuw krijgen we 30 uren lang onophoudelijke regen. Als het is opgeklaard rijden we via een wegomleiding naar Alnif. Op diverse plekken zijn bruggen en stukken weg weggespoeld. Een paar kilometer buiten Alnif nemen we een piste die tussen de Djebel Tiskaouine en de Djebel Issimour doorgaat.  Een bijna niet bereden pad waarbij we door veel oueds moeten rijden. De omgeving is prachtig met een door de vele regen, groene waas over het landschap en veel bloeiende planten.  Onderweg zien we veel tumulussen (pre-islamitische monumenten). Een tumulus is: stenen (meestal) neergelegd in een cirkel met soms uitlopers (antennes). Vaak is er ook een graf bij.
Omdat het zo erg geregend heeft, wordt het pad steeds onbegaanbaarder en besluiten we voor dat we echt vast komen te zitten in de blubber, weer terug naar Alnif te rijden.

Djebel Issimour
 
 

In Zagora kunnen we na weken “kou” eindelijk van warm weer genieten (27 gr.). Op woensdag en zondag is het markt in Zagora en kan ik heerlijk rondstruinen tussen de marktkraampjes. Op camping Oasis Palmier doen we de was en maken de camper weer eens goed schoon vanbinnen. Het water (puttenwater) van de camping is niet geschikt als drinkwater. Met Tosh maken we mooie wandelingen in de oase.
Een man heeft van palmbomenhout een mini uitvoering van onze MAN gemaakt. Voor de 15e maart moeten we Marokko weer uit zijn, dus we gaan hier nog lekker uitrusten en genieten van het mooie weer.  



 
MINI MAN kan alles
 
 

vrijdag 30 januari 2015

Marokko, januari 2015



Na het stenige stukje niemandsland tussen Mauritanië en Marokko steken we bij Guerguerat de Marokkaanse grens over. Er staat een lange rij vrachtwagens te wachten voor de toegangspoort en ik stap uit om bij een soldaat te vragen of wij langs de rij mogen rijden. Dat mag, en tot groot ongenoegen van alle wachtende vrachtwagenchauffeurs, kunnen we zo doorrijden tot vlakbij het gebouw met de scan. De douane en politie hebben echter vandaag bedacht dat het toerist-pesten dag is, dus moeten we de truck eerst weer ergens anders neerzetten. Met drie man willen ze in het woongedeelte kijken. Kastjes en koelkast moeten open en matrassen worden opgetild. Bijzondere belangstelling krijgen de hondensnoepjes van Tosh, de aanmaakblokjes voor de barbecue, het doosje met koffiefilterzakjes en een spuitflesje tegen insectensteken. Erger is dat ze onze machete vinden. Volgens hun is dit in Marokko een wapen. Wij blijven volhouden dat het een gereedschap is om takken e.d. weg te hakken en elke keer dat de politieman de machete ergens klaarlegt om m mee te nemen, pak ik m snel weer weg en leg m binnen mijn handbereik. Ze krijgen wel door dat wij hun het mes niet zomaar mee laat nemen en uiteindelijk mogen we het houden. Vervolgens willen ze weten hoeveel euro’s we bij ons hebben, terwijl ze zelf niet weten hoeveel euro’s geïmporteerd mogen worden.

Dan moet Tosh uit de truck en moet de douane voorin kijken. Gevraagd wordt waar de kaart is. Welke kaart?????????? Omdat ze op geen enkel gebied resultaat boeken, vragen ze als laatste naar het inentingsboekje van Tosh.
De truck gaat daarna met de machete open en bloot in het woongedeelte door de scan en de scan registreert het mes niet eens.
Na bijna 5 uren zijn we de Mauretaanse en Marokkaanse grens over.

Na omzwervingen door de West Sahara waarbij Mike een prehistorische speerpunt van 8 cm. en prehistorische snijvoorwerpen vindt en ik een fossiele haaientand van 6,5 cm., komen we aan in Guelmim. Volgens internet zou deze stad zwaar getroffen zijn door de grote regenval in november. We zien dat er veel modder her en der over de wegen is gespoeld, maar dit is allemaal al weer weggeschoven. Ook zijn wat bermen van wegen weggespoeld, maar ook die zijn alweer gerepareerd. Volgens de Marokkanen is het lang geleden dat er zoveel regen is gevallen. De regen vonden ze niet zo erg, dat ze door de dagenlange stroomuitval geen bereik meer hadden met hun mobieltjes, was veel erger. Het mooie van de regen is, dat er op veel plekken in de woestijn gras begint te groeien . Ook de oases staan er frisgroen bij.

Oase van Tighmert

 
We staan enkele dagen bij de oase van Tighmert om goed drinkwater te tanken en de was te doen en rijden dan door naar Assa, waar we de aankomst van o.a. de trucks willen zien die meedoen aan de Africa Eco Race. Dit is een alternatieve Parijs/Dakar rally. We hebben geen enkel idee waar ze precies aankomen en verwachten dat ze via de woestijn ten zuiden van Assa binnenkomen. Omdat we daar niets van voertuigen of een rally ontdekken, rijden we maar weer noordwaarts van Assa richting Foum el Hassn. Dan komen de deelnemers (Kamaz, MAN, Tatra etc.) van de race ons tegemoet en blijkt dat ze met een gangetje van ca. 85 km. per uur over asfalt naar Assa rijden. Elke truck wordt gevolgd door een servicetruck met onderdelen. Als “dank” voor onze interesse in de race, krijgen we een opspattende steen tegen onze voorruit, waar nu dus een ster inzit.



15 kilometer na Icht slaan we rechtsaf bij een waterput om een piste te nemen die niet op de kaart of de Marokko Topo staat. Ca. 25 kilometer weinig bereden, interessante en afwisselende piste, waar Mike nog een prehistorisch gebruiksvoorwerp vindt. De piste komt uit bij Ouabelli.

 

10 Kilometer voor Tata nemen we een piste, die richting de Algerijnse grens gaat. Op een gegeven moment komen we bij een militaire zone, waar met borden aangegeven is dat verder rijden zonder authorisatie  verboden is. De baas van de militairen nodigt ons uit om een glaasje thee te drinken en vindt het erg leuk om met ons te praten. Hij vertelt dat de Africa Eco Rally een paar dagen geleden hier langs is gekomen en dat Amerikanen op dit moment onderzoek doen in het gebied naar de aantrekkingskracht van de aarde en geeft ons zomaar een stuk meteoriet! Het woord “meteoriet” kent hij niet en hij legt ons uit dat het een steen is die uit de lucht is komen vallen en die ssssssssst zegt als ie in het water valt. We mogen van hem zonder officiële authorisatiepapieren het militaire gebied inrijden, als we maar aan niemand vertellen dat we via zijn militaire kamp het gebied zijn ingegaan. Voor het wegrijden krijgen we nog 2 eieren van zijn eigen kippetjes mee voor een omelet. De eerste dag halen we nog niet de helft van de totale lengte van de piste. We rijden over stoffige vlaktes, stenige paden en door zanderige oueds waar volop bloemen bloeien. Voor een groot deel volgen we de Parijs/Dakar rally-piste die aangegeven is door middel van geschoven bulten aarde met wat stenen erop. De piste gaat, op de militaire kampementen na, door onbewoond gebied en is door de vaak hobbelige route niet echt prettig om te rijden.

De volgende dag rijden we verder langs de oued draa  en passeren nog 2 militaire posten waar we alleen maar onze fiches af hoeven te geven. Laat in de middag komen we aan op de camping in het stadje Foum Zguid. De bergen rondom Foum Zguid zijn prachtig paarsgekleurd door de vele bloeiende planten. Op de camping tanken we vers drinkwater en doen we de was. Omdat de laatste nachten vrij koud waren (0-4 graden) willen we ’s avonds de wooncabine opwarmen, maar het Webasto waterstation slaat na ca. 5 minuten branden telkens op storing door vlamonderbreking. Op aanraden van Willy van Twigatravelcars koppelt Mike de uitlaat los van de kachel en laat de kachel zo flink schoonbranden. En..........., hij doet het weer.

Erg leuk is dat de volgende dag de Zwitsers, Julia en Adrian met hun Toyota Hilux de camping oprijden. We hebben hun bij Willies Treffen in Duitsland in september 2014 leren kennen. Zij hebben vorig jaar met Yvon en Marcel door Marokko getoerd. Omdat het voor Marokkaanse begrippen slecht weer is in Foum Zguid, harde wind en een graad of 13, brengen we met ons 4en veel gezellige uurtjes door in onze truck. We bekijken elkaars onderweg gemaakte foto’s en wisselen coördinaten en informatie uit. We ontmoeten ook nog Bert en Astrid met een gerestaureerde Mercedes 911. Zij zijn voor het eerst in Marokko en we geven hun nog wat tips voor hun verdere reis.

 
 
 

Op weg naar Tazenakht zien we wat de overstroming van november heeft aangericht. Bruggen en stukken weg zijn weggespoeld of meters verplaatst en palmbomen ontworteld. Mooi is wel dat de bergen met gras zijn begroeid en dat er veel bloeiende woestijnplanten te zien zijn. Enkele kilometers voor Tazenakht nemen we een piste naar de oase van Fint. De piste blijkt een gravelroad, die prima te rijden is. Aangekomen in de oase van Fint weten we niet wat we zien. De overstromingen hebben een enorme ravage aangericht. Alle tuintjes in de oase zijn weggespoeld en er liggen veel ontwortelde palm- en fruitbomen. Het is een grote strop voor de bewoners van Fint dat zij nu niet meer kunnen voorzien in hun eigen eten. De vissen, kikkers en schildpadden zijn door de zee van water, die zeker 6 meter hoog was, bijna geheel verdwenen. De oase heeft voorlopig een groot deel van zijn charme verloren. De temperatuur hier is ook om te huilen; 12,5 graden. Het is bewolkt en ’s nachts valt er regen.
Op dit moment worden er in Fint weer filmopnames gemaakt voor een nieuwe Asterix en Obelix film en ook de decorstukken voor deze film zijn door de overstromingen ernstig beschadigd.

Fint
 
 


In Zagora staan we op camping Oasis Palmier. Hier is het erg rustig met bijna alleen maar 4x4 voertuigen. Het is koud (14 graden) en af en toe doen we de kachel maar aan. We zetten de MAN aan de walstroom en doen hier de was. Het drinkwater is hier niet goed, dus we wachten nog even met het bijvullen van onze watertank. Mike ontdekt een plasje olie bij het achterwiel en omdat waarschijnlijk een oliekeerring lekt, bellen we de MAN garage in Casablanca om te vragen waar we dit het beste kunnen laten repareren. Zij willen ons naar Marrakech laten rijden en dan een monteur naar ons toesturen. Mocht het niet te repareren zijn, of heeft de monteur niet de juiste onderdelen dan kunnen we doorrijden naar Casablanca. Casablanca ligt in het noorden en we zien het helemaal niet zitten om zover noordwaarts te gaan. Omdat we op internet hebben gelezen dat er ook een MAN garage in Agadir is, gaat onze voorkeur uit naar deze stad. Via Tazenakht, Talliouine en Taroudannt rijden we in een harde storm met veel zand in de lucht naar Agadir. Hier aangekomen, blijkt de garage nog in aanbouw te zijn en vinden de reparaties aan de trucks plaats buiten op de stoep. De oliekeerring is zowel in Agadir als in Casablanca niet op voorraad en moet opgestuurd worden vanuit Duitsland. Over een week is het onderdeel binnen. “Beangstigend” is dat de monteurs ons vragen welke soort olie er in het differentieel moet en of wij ook gereedschap hebben om de keerring te monteren.

Omdat we nu zeker een week moeten wachten, doen we eerst inkopen bij de Marjane en rijden door naar Taghazout en zetten de truck aan het strand tussen andere 4x4 trucks. Het is hier best wel gezellig en we zien weer veel mensen die we her en der in Marokko en de West Sahara al zijn tegengekomen. We ontmoeten o.a. Stany en Carina (www.shaggy2-worldtrek.weebly.com) en Patrick en Greet (www.wijzijnweg.com) uit België met hun MAN's, Karl Heinz Benemsi uit Duitsland in zijn Magirus en David, Noi en Sebastian uit Thailand in hun 31 jaar oude Mercedes. Mooi is dat de temperatuur bij Agadir een stuk beter is (20/21 gr.) dan in de gebieden waar we de laatste weken waren. Omdat het hier zo toeristisch is, valt er voor de Marokkanen veel te verdienen. Ze bieden fruit, brood, eieren, donuts, pinda’s, vis etc. aan tegen een veelvoud van wat het normaal kost. Er is zelfs een Marokkaan die “gerookte paling” roept en aanbiedt.

Na dik een week wachten op de onderdelen, reizen we weer af naar de garage in Agadir. Vannacht (29 januari) heeft er volgens Marokkanen een kleine aardbeving plaatsgevonden vlakbij Agadir. We hebben er niks van gemerkt en de koffiekopjes staan nog gewoon op tafel.

Vanaf het moment dat we de truck bij de MAN garage neerzetten, loopt er geen druppel olie meer uit de achteras. Vraag is nu of we de olielekkage wel moeten laten repareren. We zetten vraagtekens bij de juistheid van de geleverde onderdelen en ook omdat ze volgens ons vrij weinig kennis van zaken hebben, besluiten we de reparatie niet te laten uitvoeren.
Zodra we in Taghazout terug zijn, begint de as weer te lekken. We verlaten Taghazout om terug te reizen naar het oosten richting Merzouga. Jammergenoeg wordt de olielekkage onderweg alleen maar erger en daarom rijden we door naar Casablanca.

woensdag 24 december 2014

Mauritanie 2014


Mauritanië, december 2014

 
Op 28 november passeren we de Mauretaanse grens. De meegelifte gendarmerie zorgt als dank voor het meeliften ervoor dat we sneller met de truck door de scan gaan. Dit scheelt minstens 1,5 uur wachten in de rij met vrachtwagens die allemaal door de scan moeten. In 4 hokjes stempels en parafen halen in auto invoerpapieren en paspoort. Via het stukje niemandsland waar dit keer veel gebruikte auto’s staan weg te roesten, naar de Mauretaanse grens.

De visa voor Mauritanië kunnen tegenwoordig aan de grens geregeld worden. Kost 50 euro en er worden vingerafdrukken genomen en een foto van je gemaakt voor in het visum. Ook zijn de regels met betrekking tot het rondreizen door Mauritanië veranderd. Voor 50 euro krijg je nu een laisser passer voor 15 dagen (verlenging mogelijk in Atar en Nouakchott) en een speciaal formulier dat je vrij mag rondreizen als toerist. Alle Afrikanen moeten onder escorte zonder rustdag naar de Senegalese of Malinese grens reizen, wat hun 35 euro kost. Dit is vanwege het feit dat ze in Mauritanië niet willen dat Afrikanen hier hun oude auto’s gaan verkopen. Wat ebola betreft, is er niks te merken van voorzorgsmaatregelen of het opnemen van de lichaamstemperatuur.

De hashhond moet nog even voor in de cabine snuffelen en maakt met zijn nagels krassen op het dashbord. Ook moet Mike alle kastjes in de wooncabine openen. Na geld wisselen (360 ouguiya voor 1 euro) en afsluiten van een autoverzekering (68 euro voor 1 maand), zijn we na 4 uren Marokkaanse en Mauretaanse grensformaliteiten eindelijk in Mauritanië.

De eerste nacht staan we op camping Abba in Nouadhibou. Hier geen enkele overlander, alleen Marokkaanse vrachtwagenchauffeurs met koelwagens. Akelige en vieze camping midden in een niet bijzondere stad die wel gemakkelijk is om eten in te slaan.

In Bou Lanouar beginnen we aan de piste naar Atar. De piste start in het dorp tussen de huizen en er liggen nogal wat zandbulten, daarom laten we eerst de banden af naar 3,5 bar. Er is een man die wel als gids met ons meewil, maar we willen deze tocht van ca. 400 km. alleen maken.

We volgen de coördinaten van tracks4africa maar komen zo in steile zandbulten terecht, waar de truck gelukkig geen problemen mee heeft. Een paar Mauritaniërs komen vertellen dat de route waar wij op zitten te gevaarlijk is i.v.m. omvallen van de truck en zij wijzen ons op track die dichter bij de spoorlijn ligt. Dat traject loopt inderdaad door veel vlakker gebied en bestaat gedeeltelijk uit rotsen en zand. De truck rijdt erg goed door het zand en met de sperren erop merk je dat hij nog gemakkelijker door diep zand gaat. De wagen rijdt gewoon fantastisch.

Het regent af en toe en er staat een stevige wind, zodat we als we s’ middags na 36 km. rijden stoppen, in no time een laagje zand in onze wooncabine hebben. Na een tijdje komen Mauritaniërs in een Toyota 4x4 informeren of alles oké is.

’s Avonds heerst er buiten in de woestijn absolute stilte in beeld en geluid, die alleen af en toe onderbroken wordt door de langste trein ter wereld die we zien en horen rijden in de verte.

De volgende dag is het bijna windstil en prachtig weer (26 graden) We vervolgen de piste, dit keer langs mooie zandduinen en vlaktes met afwisselend zand en kleine stenen. Bij het dorp Inal proberen we om het dorp heen te rijden, maar komen via een opening in de met stenen afgezette heuvel terecht op wat militair terrein blijkt te zijn. We rijden vrolijk het terrein op en zien wel iemand met beide armen boven zijn hoofd heen en weer bewegen vanaf het dak van een gebouw, maar hebben nog steeds niet in de gaten wat er aan de hand is. Pas als ik een militair zie met een machinegeweer, die snel achter een zandbult gaat liggen met het geweer in de aanslag, zeg ik tegen Mike, “ stoppen”, “ze gaan op ons schieten”. Mike denkt dat er allemaal landmijnen liggen en stopt snel de truck en gaat met zijn handen in de lucht naast de truck staan. De chef van de gendarmerie, die alles vanuit het dorp heeft zien gebeuren, komt snel aangelopen en zorgt dat we zonder problemen van het terrein kunnen rijden. ’s Nachts staan we weer in de absolute stilte van de Sahara.



 

De 3e dag begint de route vrij gemakkelijk, maar dan houdt ieder spoor op bij een hoge zandheuvel. Blijkbaar rijdt niemand hier overheen. We zien een spoor om de zandheuvel(s) heengaan en volgen dit. Na een tijdje rijden blijkt dit spoor te ver naar het zuiden te lopen, dus zoeken we weer de coördinaten van tracks4africa op. Om weer op de track te komen, moeten we zandheuvels op en af rijden en gaan door zeer zachte beddingen. Allebei zijn we best wel bang dat we nu ergens vast komen te zitten en dat niemand ons vindt. Als we weer op de juiste track zitten, zien we geen enkel bandenspoor en blijkt deze onzichtbaar door alle opgewaaide grote zandduinen. Mike laat eerst de banden meer af op 2,5 bar voor en 3,5 achter. We besluiten toch de track aan te houden en rijden erg lang alleen maar zandduinen op en af.  De truck doet het fantastisch en we komen geen enkele keer vast te zitten. Een militair die we onderweg onze fiches geven, staat verbaasd dat wij met onze zware truck over al die zandbulten zijn gegaan. Deze dag hebben we bijna alleen maar zand gereden.

Ook de 4e dag begint de route vrij gemakkelijk maar later komen er toch weer 2 stukken met veel zandduinen. Op het moment dat de track vlak langs de spoorlijn gaat, moet je uitkijken voor stukken verroeste rails die her en der in het zand liggen, omdat je die niet in je banden wil hebben. Het landschap verandert steeds en er komen meer bergen en rotspartijen in zicht. We rijden langs de een na grootste monoliet ter wereld bij Ben Amira, die aan de overkant van de spoorlijn ligt. Het dorp Ben Amira is net als veel andere dorpen onderweg een “ghost town” waar maar enkele huisjes van het dorp bewoond zijn. De dorpsbewoners komen met een bezeten blik naar ons toegerend als ze ons zien aan komen rijden. In plaats van ons vriendelijk te groeten, willen ze geld of een kado hebben.

Monoliet van Ben Amira
 

Na 400 km. spannende en mooie route met veel zandbulten en zandvlaktes verandert bij Choum de piste in een kapotgereden stenige piste.
De weg van Choum naar Atar is ca. 110 km. en bestaat uit 85 km. akelige piste met kuilen, puntige stenen en wasbord.


Het mooie landschap van de Adrar regio maakt gelukkig veel goed. Als we de piste helemaal zat zijn, volgt de laatste 25 km. ineens asfalt. In Atar staan we op camping Bab Sahara, die een stukje buiten de stad ligt. Sfeervolle camping met stroom, internet en goed drinkwater uit een 236 meter diepe put. Behalve wij zijn er 1 Duitser en een Oostenrijks stel. De temperatuur in Atar schommelt rond de 30 graden.

We blijven hier een paar dagen staan om de was en boodschappen te doen. Grappig op de markt zijn de dadels die verpakt zijn in een dichtgenaaide geitenhuid en de het hele jaar verkrijgbare kleine en grote oliebollen, zoet, of pittig met uien, peper en een draadje vlees. Groente, fruit en zuivel zijn hier aanzienlijk duurder dan in Marokko, wat niet zo gek is in een land zonder weilanden en met bijna geen landbouw.  De mensen van de winkeltjes zijn vriendelijk en niet opdringerig, ook al is er in heel Atar geen toerist te bekennen. Sommige Mauretaanse mannen lopen hand in hand over straat. Verder valt op dat veel winkels worden gerund door vrouwen en dat er in vergelijking met Marokko veel vrouwen op straat rondlopen.

Onze laisser passer moet verlengd worden en de douane in Atar zegt dat dat hier niet mogelijk is. Wij accepteren dat niet en blijven herhalen dat ons bij de grens verteld is dat het mogelijk is zowel in Atar als in Nouakchott. Dan kan het opeens wel, maar moet er eerst authorisatie van Nouakchott worden gevraagd. Na 15 minuten wachten krijgen we zonder verdere papieren rompslomp een verlenging van 20 dagen.

Eerst diesel tanken (390 ouguiya per liter) en fruit en brood kopen en dan naar Chinguetti. De 80 km piste erheen bestaat grotendeels uit wasbord, waar Mike dus niet vrolijk van wordt. Alleen de bergpas Ebnou is geasfalteerd. De oude bergpas Amogjar is met onze truck niet te rijden. Als we in Chinguetti aankomen waait de harmattan erg stevig en kunnen we geen foto’s maken omdat het dorp gehuld is in een mist van zand.  Het zou leuk geweest zijn om bij de prachtige witte zandduinen”zee” te overnachten, maar omdat er zoveel zand in de lucht zit, rijden we zo snel mogelijk weg uit de zandverstuivingen. Ook in Chinguetti hebben we geen toerist/reiziger gezien.

Op de route terug naar Atar bekijken we nog heel oude nederzettingen onder overhangende rotsblokken. Hier zijn ook mooie 3000-5000 jaar oude rotsschilderingen van een giraffe, olifant en buffels. De schilderingen zijn met muren en hekken afgeschermd voor publiek en helaas is er niemand aanwezig die ons de schilderingen kan laten zien.  Langs de piste zien we veel oude graven; platte rechtopstaande stenen in een ovale vorm geplaatst.

 
 
 

De 400 km. lange asfaltweg van Atar naar Nouakchott voert ons na Akjoujt over een eentonig vlak woestijnlandschap, tot 80 km. voor Nouakchott. Dan verschijnen er rijen grote witte zandduinen met een vlakte met groene struiken ervoor. Door al het zand in de lucht hebben we de zon de hele dag niet gezien. In Nouakchott is het een grote verkeerschaos. Er zijn op kruispunten wel stoplichten, maar iedereen rijdt door rood. Op sommige kruispunten staan politieagenten, maar die snappen ook niet meer precies waar ze mee bezig zijn. De boodschappen die we in Nouakchott doen, worden netjes voor ons bij de kassa ingepakt en naar de truck toegebracht.

We staan enkele kilometers boven Nouakchott een aantal dagen bij “camping”/restaurant Les Sultanes aan het strand. Je kan kaima’s huren op het strand, maar voor ons is het niet meer dan een parkeerplek, want stroom en drinkwater zijn er niet te krijgen.
Buitenlanders die in Nouakchott werken, komen hier in het weekend eten en bij de zee hangen. Er is een Frans gezin met kleine kinderen dat onder begeleiding van 3 bewakers een dagje naar het strand gaat.  

De dag dat we naar het nationaal park Banc d’Arguin rijden, gooit de wind weer roet in het eten. Viel het in Nouakchott nog mee, onderweg naar het park is de zandstorm weer aangewakkerd. Omdat alles opnieuw gehuld is in een nevel van zand, besluiten we verder door te rijden naar het Noorden. We zetten de truck ’s avonds achter muren van een niet meer in gebruik zijnde auberge in Bou Lanouar. Op die manier hoeven we zo min mogelijk zand te happen.

De volgende dag steken we de Mauritaans/Marokkaanse grens weer over. We zijn er wat  vroeg en moeten tot 9.20 uur in de zandstorm wachten tot het douanekantoor opengaat. De grensformaliteiten verlopen verder soepel. Opnieuw merken we niets van controle of voorzorgsmaatregelen m.b.t. ebola.

 

 

 

 

 

 

 

zaterdag 22 november 2014

Marokko, okt.-nov. 2014


 
Op 2 oktober ’s middags om een uur of 1 vertrekken we richting Frankrijk. Dit keer voor het eerst met de MAN truck. In de Belgische Ardennen en bij de heuvels/bergen in Frankrijk en Spanje merken we duidelijk het verschil met onze oude Daf. Schrok de Daf al als hij de weg licht zag stijgen, de MAN heeft geen enkele moeite met hellingen, heuvels en bergen. Ander verschil met de Daf is dat de MAN fantastisch veert en dat we nu radio kunnen luisteren voorin. Omdat we nu een langere cabine hebben, zit Tosh niet meer tussen ons in, maar achter ons op zijn prive bed. Het is mooi weer in Spanje (28 graden) en we staan een aantal keren bij het strand. We gaan even langs bij Jacquelien (Pier is er niet) in Xirles, vlak buiten Benidorm. Ze wonen er prachtig tussen de heuvels, midden in de bossen. Voor de Nederlandse overwinteraars en pensionados die in Benidorm en omstreken wonen, verschijnt een Nederlands krantje met advertenties speciaal voor Nederlanders. Zo weet je precies waar je je slavinken en krentenbollen moet kopen. We rijden door naar het kustgebied tussen Mazzarone en Almeria dat nog vrij ongerept is en niet erg toeristisch. Bij Canada de Gallego lekker zwemmen in een mooie baai en we staan 2 nachten bij een baai vlak buiten Aguilas. Hier kan je  leuke wandelingen maken naar andere baaien.



Op 14 oktober arriveren we in Tarifa met  uitzicht op Marokko dat aan de andere kant van de Straat van Gibraltar ligt. Hier blijven we een extra dag staan. In Algeciras kopen wij bij het officiële ticketkantoor een retourticket Ceuta voor 220 euro.
Tijdens de overtocht met de boot , op een heel rustige zee, worden we vergezeld door een school dolfijnen. Op de boot zijn ook 25 geboeide jonge Marokkanen, die  door de Spaanse politie naar Marokko worden teruggebracht, na een mislukte poging om Spanje illegaal binnen te komen.

Voor ons verlopen de Marokkaanse grensformaliteiten soepel, omdat we gebruik maken van de mannetjes die daar rondlopen om buitenlanders snel de grens over te krijgen. En dan zijn we eindelijk  in Marokko. Even drinkwater tanken en de was doen op de verloederde camping Al Boustane in Martil, geld wisselen (10.85 dirham voor 1 euro) in het dorp en de spiegels van de MAN meer naar binnen richten. Deze zijn namelijk vandaag al bijna 2 keer stukgereden.

We rijden verder naar Chefchaouen, het Andalusische blauw-witte stadje in het Rif gebergte. Op de camping ontmoeten we een paar Engelsen in landrovers. Verder erg weinig reizigers.

In plaats van de doorgaande weg naar Ouezzane, nemen we een bergweg en komen vlak onder Ouezzane terecht bij het volgens de Marokkanen, “kleine meer”. Mooi plekje waar we met Marokkanen praten over de verschillen tussen Marokko en Europa en de houding van het Westen t.a.v. moslims (zij begonnen hierover hoor) totdat de zon ondergaat en zij voor de 4e keer die dag moeten bidden. Dit gebeurt op een kleedje achter onze truck. Snel geven ze ons nog wat gedroogde vijgen. Onder Ouezzane kopen we 5 liter Marokkaanse olijfolie (30 dirham per liter).

Via Volubilis en Meknes rijden we richting Casablanca. Vlakbij Rabat overnachten we in het kurkbos en brengt een man, die een boerderijtje heeft in het bos, ’s ochtends een heerlijk ontbijt bij onze truck. Warm brood, Harira soep, thee, honing en olijfolie. Wat aardig!!!

Al een paar dagen denken we als we de truck uitstappen, dat het best lekker buiten is, terwijl de thermometer 37 graden aangeeft. We komen tot de conclusie dat de airco het helemaal niet doet en rijden daarom naar de MAN garage in Casablanca. Na 3 uren onderzoek komen ze uiteindelijk tot de conclusie dat er geen gas meer in het aircosysteem zit. Weer gefixt en in een heerlijk koele wagen de volgende dag doorgereden naar Sidi Abed, een stukje onder El Jadida. Vissers aan het strand herkennen ons nog van vorig jaar en we moeten natuurlijk een glaasje thee met hun drinken.

14 Kilometer boven Safi staan we aan de mooie baai van Lalla Fatma. Op het strand liggen allemaal rotsblokken met calcietkristallen erin.  Minder leuk zijn de bierdrinkende en flesjes stukgooiende Marokkanen die tot 1 uur ’s nachts met hun auto’s naast ons blijven staan, met de muziek uit hun stereo, voluit.

Lalla Fatma
 
Na een paar dagen afkoelen aan het strand bij Moulay Bouzerktoun, waar we aardige Duitsers (Klaus und Barbara) in hun Magirus ontmoeten, rijden we verder naar Essaouira. Ook al zijn we aan de kust, het is nog steeds warm, 29 graden. Een stukje buiten Essaouira staan we op camping Le Calme, waar het inderdaad kalm is, omdat er slechts 2 voertuigen staan. Omdat de camping wifi heeft, kunnen we skypen met Lisa. Er loopt een compleet vermagerde, uitgehongerde hondenpuppie op de camping, die we brokjes van Tosh en brood geven. Verder kunnen we niets voor het beestje doen. Jammer, dat de meeste Marokkanen zo weinig gevoel hebben voor honden.

 
We rijden verder naar Cap Tafelney, op de plaatsnaamborden heet het Tafalna of Tafna, een vissersdorp waar ze nog met houten vissersbootjes de Oceaan opvaren. De visafslag in het dorp is geschonken door het “Amerikaanse volk”. Een vrouw wil graag kleding van ons hebben, maar als ik haar wat gebruikte kleren geef, wil ze vervolgens creme, deo, chocola of koekjes. Lekker dankbaar. Vanaf Tafalna nemen we een mooie, wel stenige, piste naar Pointe Immesouane. Omdat de toegangspoort van de camping in Immesouane niet toegankelijk is voor onze truck (takken van een boom), parkeren we de truck bovenop een heuvel aan zee. ’s Avonds waait het flink en in plaats dat het afkoelt, wordt het ’s nachts nog eens 2 graden warmer en waait er bovendien een flinke lading zand in ons “huis”. Voor 3,60 euro kopen we bij de haven een tonijntje, waar we wel 4 dagen van kunnen eten. Op een groot bord staat dat Japan gaat investeren in het vissersdorp.

Pointe Immesouane
 
 


Omdat het erg warm is in Marokko voor de tijd van het jaar, blijven we bij Taghazoute (vlakbij Agadir) 2 dagen bij het strand staan. Leuk al die Marokkanen die op zondag met de hele familie bivakkeren op het strand. Ze spannen lakens en dekens tussen de bomen om een soort tent te fabriceren, leggen kleden op de grond waar ze met z’n allen op zitten en maken tajinepotten klaar op houtvuurtjes. Het is erg druk op het strand, maar het stoort ons geen moment. De mensen vermaken zich met balspelletjes, muziek maken en zingen etc. en de sfeer is gewoon erg relaxed.



Ondanks de nieuwe ebola uitbraak in Mali, hebben we besloten toch door te reizen naar Mauritanie en daarom doen we nog wat laatste “luxe” inkopen bij de Marjane supermarkt in Agadir. Gelukkig hebben we bier en wijn ingeslagen in Spanje, want de Marjanes verkopen sinds enkele maanden geen alcohol meer. We rijden verder naar de camping in Sidi Wassay, die gelegen is in het nationaal park Souss Massa. Dit park is bekend om de kale ibis. Er moet weer eens drinkwater worden getankt en was worden gedaan. ’s Avonds regent het even en de volgende dag stormt het flink. Na deze weersomslag is het aardig afgekoeld. Het is nu zo’n 22 graden overdag.

Tussen Mirleft en Sidi Ifni staan we bij een mooie baai, Plage Ftaissa. Als je de coördinaten van de piste erheen niet hebt, is het moeilijk te vinden. Dus hier de coördinaten: N 29.31.00, W 10.04.16.

Bij eb halen mensen met stokken met een haak, kleine octopussen onder de rotsen vandaan. Ze bieden ze ons te koop aan. Ook peuteren ze vreemde taaie brokken van de rotsen af. Later zien we een man die brokken openmaken en blijken er schelpen met een soort mosselvlees in te zitten. Een Spaanse jongen die hier al 5 dagen vist, gaat boodschappen doen in Mirleft en biedt aan brood voor ons mee te nemen. Als een Marokkaan na enkele uren het brood brengt, verontschuldigt deze zich ervoor dat hij een paar happen uit het brood heeft genomen.

In Guelmim doen we inkopen op de markt en rijden 60 km. door naar de kust naar Plage Blanche. Hier staan wij ’s nachts als enigen slechts vergezeld door veel muggen.

Plage Blanche
 

Na een paar dagen El Ouatia rijden we door naar Tarfaya. Een stuk voor Tarfaya staan we op de rotsen bij de zee en gaan op zoek naar schelpen van de papiernautilus inktvis. We vinden helaas 1 kapot exemplaar. Een visser ziet ons en vraagt ons waar we precies naar zoeken. Hij begrijpt het meteen als Mike een tekening van de schelp in het zand maakt en vertelt dat hij die in zijn hut heeft liggen en dat wij die voor niets mogen hebben. Hij fietst snel weg en komt terug met 13 prachtige exemplaren. Als dank geven we hem een spijkerbroek en een zakmes, waar hij reuzeblij mee is. Op het zakmes zit een kurkentrekker; hij denkt dat je die in een vis moet boren. Vlak voor zonsondergang komen militairen vertellen dat het verboden is hier vannacht te blijven staan. We moeten van hun op de nieuwe camping vlak voor Tarfaya of in het dorp gaan staan. We kiezen voor het laatste.

Op zaterdagavond is het gezellig druk in Tarfaya: veel moeders met spelende kinderen op het dorpsplein, dat een fontein heeft. Klokslag half 10 stopt de fontein met water spuiten en vertrekt iedereen weer naar huis.

West Sahara

 
De volgende dag stoppen we na een paar uur rijden bij N’Amiya, een vissersdorp tussen Laayoune en Boujdour. Hier zijn prachtige kliffen en vinden we mooie zand/woestijnrozen. Verder is hier veel jipse (seleniet), zelfs grote platen, te vinden. Opnieuw worden we tegen zonsondergang gewaarschuwd dat het verboden is te overnachten in de zogenaamde militaire zone waar wij de truck hebben neergezet. Het blijkt dat Marokkanen vanaf o.a. deze plek proberen met gestolen vissersbootjes naar de Canarische Eilanden te varen, om zo illegaal Europa binnen te komen. We hoeven niet een camping op te zoeken, maar mogen de truck bij het gebouwtje van de visafslag neerzetten. De hond van de militairen steelt ’s nachts Mike zijn slipper die buiten voor onze toegangstrap ligt en deze vinden we niet meer terug.

N'Amiya
 
 
 
 
 

Dat het bijna nooit regent in de Sahara is waar, maar wij hebben het geluk mee te mogen maken dat het  2 dagen spoelt. De woestijn lijkt nu meer op een soort wetland met kleine meren en stroompjes en sommige stukken van de weg staan blank. Na een nachtje storm en plenzen in Oued Lakhaa rijden we naar Dakhla. Op de camping zijn we alweer de enige overlanders. Veel Marokkanen vertellen ons dat de buitenlanders bang zijn voor ebola en I.S.
In Dakhla slaan we voedsel  etc. in voor de komende weken in Mauritanie.

Bij Gorey Bay staan we een paar dagen  in het “niets” bij de zee en vinden hier veel marginellas in de mooiste kleuren. De wind is stevig maar het zand waait ons nog niet om de oren omdat het de laatste dagen veel geregend heeft. Met een stralend blauwe lucht is het een graad of 25. De enige mensen die we zien zijn van de marine royal die 2 keer langskomt om onze papieren te controleren. Hier begraven we de resterende bierblikjes die we niet mee kunnen nemen naar Mauretanie, omdat daar een alcoholverbod is.

80 Kilometer voor de grens met Mauretanie vinden we bij Lamhiris bij Cap Barbas een prachtige overnachtingsplek bij kliffen die geheel bestaan uit fossiele schelpen, zeeegels en zanddollars. Tussen de kliffen zijn kleine baaien met strandjes. We zien vissersbootjes aankomen op het strand en verbazen ons over de grote hoeveelheid vis die er gevangen is. Hoe warmer het weer hoe meer vis hier wordt gevangen. We kopen 2 mooie vissen in ruil voor weinig geld en wat gebruikte kleding. De visser vindt de kleding zo mooi dat hij later nog 3 langoustes komt brengen. Hij vraagt steeds om drank maar dat geven we m niet. Gelukkig is hij ook blij met 4 sigaretten en  een hoofdlamp. De langoustes zijn zo groot dat ze niet in onze pan passen. Geen probleem, terwijl de beesten nog leven, draait hij het lijf van de kop af en nu passen ze wel in de pan. De laatste weken zijn we vaak om drank gevraagd, whiskey is favoriet,  niet alleen door vissers maar ook door soldaten en politiebeambten.

Lamhiris
 
 
 

Op weg naar de Mauretaanse grens nemen we een liftende man van de gendarmerie mee die bij de grensovergang werkt.

 

 

zondag 30 maart 2014

Marokko en Spanje, maart 2014


Marokko/Spanje, maart 2014

 

We wisten dat Peter Buitelaar over een paar dagen motortour zou hebben met Engelsen, maar geheel onverwacht komt hij langs in Fint. Ook hij is blij verrast ons daar te treffen. Heel gezellig om elkaar na een jaar weer te zien. Na een week Fint begint onze drink- en etensvoorraad enigszins op te raken en daarom doet Mike met de quad boodschappen in Ouarzazate. Er is een Frans stel met een 26 jaar oude Peugeot truck bij ons komen staan, Philippe en Geraldine. Ze spreken aardig Engels, dus kunnen we ook nog een leuk gesprek met elkaar voeren. Na een paar dagen vertrekken de Fransen en hiervoor in plaats komen er busjes met hippies. Een bus komt meteen vast te zitten in het zand en Tosh bijt ook nog een stuk van een oor af van een hippiehond. We helpen de hippies uit het zand te komen door ze onze rijplaten te laten gebruiken. Maar het is duidelijk dat het weer tijd is om verder te rijden.


Hoge Atlas

 

Via de Tizi ’n Tichka bergpas naar Marrakech en dan verder noordelijk naar het kurkbos bij Kenitra. Omdat het te hard waait om over te gaan met de boot naar Spanje, staan we hier een paar dagen, met lekkere temperatuur (32 graden). Mike ziet opnieuw een landschildpad in het bos. Een vrouw biedt ons paddenstoelen aan die ze net heeft geplukt, maar we hebben te weinig kennis van paddenstoelen en vertrouwen ze niet.

We halen drinkwater en stroom op de camping in Martil, die propvol staat. De volgende dag rijden we naar Ceuta, waar een beste file voor de Marokkaans/Spaanse grens staat. Komt waarschijnlijk omdat de boten de dag ervoor niet voeren. Ondanks deze drukte zijn we toch nog in 1,5 uur, zonder problemen, over de grens. Opnieuw wordt in Spanje om de papieren van Tosh gevraagd. Onderweg hoorden we al dat er hondsdolheid in Marokko is, waar een Duitse toeriste aan is overleden. Ook zouden alle Marokkaanse honden worden vergiftigd, dan wel doodgeschoten, om verdere besmetting te voorkomen. We hebben inderdaad weinig honden gezien dit jaar.

In Ceuta kopen we een bootkaartje voor € 157. Met een windkracht 6/7 op de boot zitten, is geen pretje. Vanwege de harde wind mogen we van het bootpersoneel niet in de truck blijven zitten, maar we staan zo klemgeparkeerd in het laadruim, dat we de daf niet meer uitkunnen. De truck zwaait gevaarlijk over en wordt vastgesjord met banden aan het dek. Wij worden bijna zeeziek.

In Spanje nemen we de kustweg N340 om een mooi overnachtingsplekje te zoeken. Marbella, Malaga, Torre del Mar, Nerja en Maro. Toeristische en soms mooie kustplaatsen, maar geen geschikte plekken om een paar dagen te blijven staan. We parkeren de truck tussen Maro en La Herradura op een klif met prachtig uitzicht.


Ten zuiden van Villaricos

Noordelijk van Villaricos
 
Een stuk voorbij Almeria rijden we naar een natuurgebied, Cabo de Gata, en parkeren de truck in San Jose aan het strand en de baai. Omdat het voorseizoen is, zijn veel winkels en alle pizzeria’s helaas nog gesloten. Door Cabo de Gata rijden we via Carboneras naar een leuke baai (Playa del Algarrobico) waar we rustig kunnen staan, als je maar geen stoelen en tafel buiten zet. Zet je dit alles wel buiten, dan ben je volgens de guardia civil aan het kamperen en wordt je weggestuurd. In het gebied waar we staan, zijn vroeger filmopnames gemaakt voor “Lawrence of Arabia”. Een stukje voor Villaricos, waar een rivier uitmondt in de zee, ontmoeten we Rose en Fer en hondje Goofy, die we vorig jaar in Safi in Marokko hebben leren kennen. Rose en Fer hebben een mooie overnachtingsplek voor ons uitgekozen, waar we veel privacy hebben en een prachtig uitzicht op de monding en de zee. Net als de andere keren voelt het weer zeer goed hun te ontmoeten. In de riviermonding wemelt het van de vis en visvangende vogels. ’s Avonds zijn er veel kleine vleermuizen. Na 3 dagen rijden we Villaricos een paar kilometer uit en parkeren de truck bij een baaitje dat we helemaal voor ons alleen hebben. Het lijkt een mooie picknick plek, maar gezien alle condooms die hier liggen, is het meer een “piklikplek”. De baai heeft een kiezelstrand en het is jammergenoeg niet mogelijk hier te pootjebaden, omdat het stikt van de zeeegels. Niet ver bij ons vandaan is een in gebruik zijnde zilvermijn.

We rijden verder naar Canada de Gallego. Een niet toeristisch dorp zonder vakantievilla’s etc in een landbouw- en kassengebied. Er is een heel mooie baai met zandstrand en palmbomen, waar je helaas niet mag staan met de truck of camper. Niet ver ervandaan is een groot veld met uitzicht op de zee en het kiezelstrand, waar je wel meerdere dagen kan staan.


Canada de Gallego
 
We gaan door naar Alcossebre, een kustplaatsje boven Valencia en Castello de la Plana. Trucks zwaarder dan 5,5 ton mogen het dorp niet inrijden, maar omdat wij perse het natuurpark in willen, trekken we ons er dit keer “noodgedwongen”niets van aan. Van Rose en Fer hebben we gehoord dat er een piste door het Natuurpark Serra de Irta loopt van Alcossebre naar Peniscola (nee niet Penis Cola) en in het park zijn mooie plekken om te staan. Omdat we niet zeker weten of we in het park ook mogen overnachten, verstoppen we de truck tussen de pijnbomen vlakbij een prachtige baai met kiezelstrand en uitgesleten rotsen. Zowel op zaterdag als op zondag is er hier bijna geen mens te bekennen. Wat doen de Spanjaarden eigenlijk in het weekend?

Serra de Irta
 
Via kleine haarspeldbochten, die niet in een keer te nemen zijn met de Daf, verlaten we het natuurgebied en rijden door naar Saint Feliu de Guixols. De coördinaten van wat een zeer mooie staplek moet zijn, kloppen niet en als we de truck daarom maar ergens op een open veld parkeren een stukje voor het dorp, worden we weggestuurd door de politie. Hierop besluiten we Spanje te verlaten en via de Route du Soleil door Frankrijk te rijden.

Alles gaat goed totdat in een tunnel in Luik de rem op 1 van de achterwielen vastloopt en we dit pas ontdekken als we bij stoplichten bij Maastricht veel rook van het achterwiel zien komen. We parkeren de truck snel langs de A2 op een bouwterrein en een monteur van DAF maakt de rem los van het wiel en sluit de luchtleiding af, zodat met dit wiel niet meer geremd kan worden. Volgens hem kunnen we zo wel naar huis rijden. In de buurt van Nijmegen zien we echter weer veel rook en nu ook vlammen van het wiel afkomen. Snel de Daf op een bedrijventerrein neergezet, met een poederblusser het vuur gedoofd en Twiga Travelcars gebeld, die hier vlakbij in Ooij zitten. Volgens Willie van Twiga Travelcars kunnen we met dit wiel voorlopig niet naar huis rijden. Omdat we de afgelopen maanden al hadden nagedacht over het aanschaffen van een andere truck, besluiten we de Daf in Ooij te laten staan en de wooncabine over te laten zetten op een andere truck. Wonderbaarlijk genoeg staat het type truck dat wij zoeken te koop op enkele kilometers van de plek waar we met pech staan. Het is een MAN TGM 13.280 4x4.

Dus................in ons eerstvolgende reisverslag zullen foto's en avonturen met de MAN te zien zijn.